Reisverslag 1

Monster 13-04-2000

Het oudje doet het nog best!

Op donderdag 13-04-2000 ging de wekker om 03.30 uur.
Ik stond op en begaf me naar mijn old-timer (VOLVO FB88 uit 1970 met 1141000 km op de teller).
We zouden namelijk naar Zweden gaan om een oude Volvo NB88 en een Scania 141 op te halen.
Dit samen met Ad van Dijk die we in Zweden zouden ontmoeten.
Ik haalde de F88 uit de loods en koppelde de 3 asser dieplader aan.
Ik begaf me op weg naar Schiedam waar ik mijn collega André zou ontmoeten.
Deze moest daar zijn eigen auto neerzetten zodat daar 2 dagen een ander mee kon rijden.
Om 05.00 uur begon de reis dus echt.
We gingen vanaf Schiedam naar Zweden.

Het was voor ons beide nieuw om naar Zweden te rijden.
André was er nog nooit geweest en voor mij was het al 15 jaar geleden.
Om 06.00 uur begon de eerste negatieve persoon al te bellen met de vraag; waar ben je, doet hij het nog, moet ik je al af komen slepen?!
Wij moesten naar Fredrikshaven boven in Denemarken om over te varen naar Göteborg.
Onder weg daar naar toe kregen wij nog 3 van zulke telefoontjes, maar er was niets aan de hand hebben we ze allemaal verteld.
Dat de koppelingdruk vanaf de Deense grens een klein beetje weg zakte zeiden we natuurlijk niet.
Ik dacht, dat zal zo’n vaart wel niet lopen.
Maar 50 km. voor de boot van Fredrikshaven om 17.30 uur deed de koppeling niets meer. 
We zijn daar maar gestopt bij een grote truckstop vlak voor Fredrikshaven en dacht daar kunnen ze mij wel helpen in de garage.
Niets was minder waar.
Ze waren welliswaar zeer bereidwillig.
Alleen liepen er alleen maar een paar jonge monteurs die nog nooit aan een F88 gesleuteld hadden en er dus niets van af wisten.
Dus de bedrijfsleider er maar bij gehaald, deze was de enige die nog een beetje engels sprak.
Ik heb hem uitgelegd wat het probleem was en gevraagd of ik het daar zelf mocht maken.
Dat was geen probleem.
Men stelde mij verder alles ter beschikking en gaf mij alles aan.
Dit was werkelijk een mooi gezicht, ik hoefde maar iets te vragen of daar renden ze al.
Na 15 minuten sleutelen had ik het systeem weer op druk.
Dat het niet hellemaal goed was wist ik wel maar ik dacht, we zijn al op de helft.
Nog zo’n stuk en we zijn weer thuis. 

We gingen naar de boot om over te varen naar Göteborg.
Eenmaal daar van de boot ging de reis weer verder.
Eerst was er nog wel een zeer geïnteresseerde douane beambte die vroeg wat wij voor een vreemd kenteken hadden en of wij wel echt uit Nederland kwamen. Deze had ik uitgelegd dat het hier een old-timer betrof van 30 jaar vandaar het blauwe nummerbord met witte letters.
Hij vroeg nog honderd uit maar na een paar minuten konden wij gewoon verder.
Wij zouden naar een grote parkeerplaats gaan waar wij Ad de volgende dag zouden ontmoeten.
Eenmaal daar aangekomen stond het helemaal vol.
Na een kort overleg tussen mij en André besloten wij om verder te rijden naar de plek waar we de auto’s moesten opladen.
We zeiden tegen elkaar: we zijn al zo ver en hebben alles tot nu toe gevonden, dan vinden we dat ook wel.
Met de route beschrijving die Ad mij de vorige dag toe gefaxt had stonden wij 20 minuten later in Marstrand om 00.45 uur.
Blij dat we konden slapen, al was er op het bovenste bed niet zoveel ruimte.
Maar toen André zich er eenmaal ingeperst had sliep hij toch zo.
Ik had het inmiddels ook wel gehad voor vandaag en viel dus op het onderste bed ook direct in slaap.

Volgens André heb ik wel een heel bos omgezaagd die nacht, ik heb daar uiteraard niets van gemerkt.
Om 07.00 was ik weer klaar wakker en ging mijn bed uit om eens te onderzoeken waar we nu eigenlijk aangekomen waren.
In het donker was hier immers weinig van te zien.
André zei: ik blijf nog liggen tot je gehoord hebt van Ad welke auto wij mee moeten nemen.

Dat wisten we op dat moment nog niet.
Ad zou namelijk ergens mijn NB88 ophalen,
en ik zou voor hem een andere auto mee nemen.
Om 08.30 had ik Ad telefonisch gesproken en we wisten wat te doen.
Alleen 1 probleem zij Ad: de sleutel van de auto die jij moet hebben heb ik hier bij me en ik ben pas om 12.00 uur bij jullie.
Ik verzekerde hem dat ik de auto dan al wel geladen had ook zonder sleutels.
Al wist ik toen nog niet hoe ik dat moest doen.

Na de auto onderzocht te hebben besloot ik om het achterruitje er uit te halen en André door dit smalle gat naar binnen te sturen.
Hij paste immers ook in de kleine ruimte van het bovenste bed.
Zo gezegd zo gedaan.
Toen we de auto open hadden moesten wij hem nog starten.
Er stonden natuurlijk geen accu’s in.
Dus de trekstang er tussen om hem tussen de andere auto’s weg te halen.
Dit moest wel voorzichtig want al de remmen stonden er natuurlijk op omdat de auto geen lucht had.
Eenmaal uit de rij zette ik de F88 ernaast, de start kabels eraan, een spijker in het kontaktslot en proberen te starten.
De kabels waren te licht, deze begonnen aardig te roken.
Dus de accu’s van mijn auto eraf, op de Scania en na een poosje starten deed hij het.
Het valt ook niet mee als je 5 maanden stil in de hoek gestaan hebt.
De accu’s terug, de oprijplaten achter de trailer en opladen maar. 

Het achterruitje hebben we er uiteraard weer netjes ingezet.
Wij waren klaar.
Nu was het wachten op Ad, deze was er om 12.45 uur.

Hier heb ik aan een Zweedse vriend van Ad een oliespuitje gevraagd om de koppeling af en toe op druk te pompen.
Olie had ik voorzichtigheidshalve alvast bij een tankstation gekocht.
Nog even wat andere oude auto’s bekeken die er stonden en de terugreis kon beginnen.
Deze ging door Zweden om over te varen van Helsingborg naar Helsingör.
Na een uur rijden eerst maar eens wat aan de innerlijke mens doen.
En ook de koppeling eerst weer op volle druk pompen.
Deze liep toch wel sneller terug nu.
Maar ik dacht als het niet erger wordt en de rest blijft heel vindt ik het best.
De terug reis was wel oneerlijk verdeeld.
Ik reed met mijn F88 260 pk en Ad met zijn Scania 142, met veel meer pk’s.
Bij de klimmetjes liep hij dan ook wel uit.
Maar wij waren niet begrensd dus daarna waren wij er ook zo weer bij.
Bij de boot aangekomen werd ons gezegd dat we er direct op konden, voor Ad was dit waar.
Wij stonden in de rij naast hem en gingen 2 boten later.
Nu gaan deze iedere 20 minuten, dus dit was niet zo lang wachten, en op het eiland zagen wij Ad weer.

Daar weer even een beetje tanken want de diesel is hier niet goedkoop en weer wat druk in het koppeling systeem brengen.
Dit was inmiddels een routine klus geworden van 2 minuten; we leken de Formule 1 wel.
De negatieve telefoontjes begonnen ook al weer te komen.
Waar ben je,
Doet hij het nog,
Moeten we al slepen?
Omdat ik uiteraard toch vol goede hoop was liet ik mij door zo’n kleine tegenslag niet uit het veld slaan, en vertelde ook niets over het koppeling probleempje.
De verdere reis verliep dan ook prima.
Nog eens over varen van Rödby naar Puttgarden en de reis door Duitsland naar Nederland kon beginnen.
Nog 1 Tankstop in Nederland, even weer de koppeling op druk brengen en naar huis.
En ik kan je vertellen, ’s nachts wil zo’n oude F88 dan ook toch noch best hard!
We gingen zelfs Sonius (een Groente rijder uit het westland voorbij) die doorgaans toch ook echt niet zachtjes gaan.
Deze vond dat volgens mij ook niet eens leuk.
Maar om 07.30 zaterdag morgen stonden wij “zonder problemen” weer thuis.
We waren toen wel blij dat we weer even konden slapen.
Want een nachtje overslaan valt niet mee als je normaal tussen 11 en 12 naar bed gaat en er om 6 uur weer uitkomt.
En toch nog 1 op 2.55 gereden met mijn oude F88 en geen druppel olie gebruikt!

Ja, het oudje doet het nog best zij ik toch?

We zouden het zo weer doen,

Leo Bol en Andre Voskamp